Uw werkgever wil u via spoor 2 extern laten re-integreren. Maar is spoor 1 wel voldoende onderzocht? De onderbouwing van die overgang bepaalt of uw werkgever rechtmatig handelt — en of u mee moet werken. Dit hangt samen met de situatie waarin uw werkgever aanstuurt op spoor 2.
Spoor 1 is re-integratie binnen de eigen organisatie. Uw werkgever moet eerst proberen u terug te laten keren in uw eigen functie. Lukt dat niet, dan in een andere passende functie binnen het bedrijf. Bij een concern geldt dit ook voor andere onderdelen van de organisatie.
Spoor 2 is re-integratie buiten de eigen werkgever. Dit wordt ingezet als terugkeer binnen de eigen organisatie niet haalbaar is. Meestal via een re-integratiebureau dat u begeleidt bij het vinden van werk elders.
Belangrijk: spoor 1 en 2 zijn geen losse trajecten, maar onderdeel van één Poortwachterproces. Het UWV beoordeelt na 104 weken of beide sporen voldoende zijn ingezet. Een werkgever die te snel naar spoor 2 gaat zonder spoor 1 uit te putten, riskeert een loonsanctie.
"Mijn werkgever zegt dat er intern geen passend werk is, maar ik heb het gevoel dat er niet serieus is gezocht."
"Na drie maanden ziekte word ik al naar een re-integratiebureau gestuurd. Is dat niet veel te vroeg?"
"Ik wil best meewerken aan spoor 2, maar ik wil niet dat het wordt gebruikt om mij de deur uit te werken."
"Het re-integratiebureau stelt functies voor die totaal niet aansluiten bij mijn ervaring en beperkingen."
"Mijn werkgever dreigt met een loonstop als ik niet meewerk aan spoor 2, terwijl spoor 1 nooit is onderzocht."
"Ik ben bang dat spoor 2 het begin is van mijn vertrek, niet van mijn re-integratie."
Er staat nergens in de wet dat spoor 2 exact in week 52 moet starten. Maar het UWV hanteert als praktijklijn dat rond het einde van het eerste ziektejaar een serieuze afweging over spoor 2 moet hebben plaatsgevonden. Te laat starten kan leiden tot een loonsanctie voor de werkgever.
Spoor 2 is pas aan de orde als vaststaat dat terugkeer binnen de eigen organisatie niet haalbaar is. Dat moet onderbouwd zijn — bijvoorbeeld door een arbeidsdeskundig rapport of een advies van de bedrijfsarts. "Er is geen passend werk" zonder onderbouwing is onvoldoende.
Soms lopen spoor 1 en 2 gelijktijdig. Dat kan gerechtvaardigd zijn als terugkeer intern onzeker is. Maar het mag niet als smoes dienen om spoor 1 te verwaarlozen. Het UWV verwacht dat spoor 1 blijft doorlopen zolang er interne mogelijkheden zijn.
U bent verplicht redelijk mee te werken aan spoor 2 als het rechtmatig is ingezet. Weigering zonder goede grond kan leiden tot een loonstop. Maar u kunt wel vragen stellen, onderbouwing vragen en bezwaar maken als spoor 1 onvoldoende is onderzocht.
Bedrijfsarts: bepaalt uw medische belastbaarheid en geeft aan welk type werk u kunt doen. Het advies van de bedrijfsarts is leidend. Bent u het er niet mee eens? Lees over de second opinion en het deskundigenoordeel.
Arbeidsdeskundige: beoordeelt of er intern passend werk is en onderbouwt vaak de overgang naar spoor 2. Een arbeidsdeskundig rapport is een belangrijk bewijsstuk bij de UWV-toetsing.
Re-integratiebureau: begeleidt u bij spoor 2. De kosten zijn voor de werkgever. De kwaliteit van het bureau en de begeleiding verschilt enorm — slecht spoor 2 kan de werkgever later worden aangerekend.
Werkgever: is eindverantwoordelijk voor het re-integratiedossier. Moet aantonen dat beide sporen voldoende zijn ingezet. Schiet de werkgever tekort, dan riskeert hij een loonsanctie van maximaal 52 weken extra loondoorbetaling.
Werknemer: moet redelijk meewerken aan re-integratie, passend werk accepteren en bereikbaar zijn. Maar u hoeft niet alles te accepteren. Lees over uw verplichtingen als werknemer bij ziekte.
UWV: toetst na 104 weken of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben geleverd. Oordeelt op basis van het re-integratiedossier.
Spoor 2 is bedoeld als re-integratiemiddel, niet als exit-strategie. Maar in de praktijk wordt het soms ingezet om werknemers richting de uitgang te bewegen. U wordt naar een re-integratiebureau gestuurd, er worden functies voorgesteld die niet bij u passen, en ondertussen doet de werkgever geen moeite meer voor spoor 1.
Als dit gebeurt, is het cruciaal om alles te documenteren. Bevestig uw medewerking schriftelijk, maar stel ook vragen: welke interne mogelijkheden zijn onderzocht? Waarom zijn die afgevallen? Wat is de onderbouwing voor de timing? Dit soort vragen beschermt u bij een latere re-integratiegeschil.
Bij een loonmaatregel die wordt gekoppeld aan spoor 2 (u werkt niet mee, dus loonstop) zijn de eisen aan de werkgever streng: hij moet aantonen dat spoor 2 rechtmatig is ingezet, dat u concreet bent gewaarschuwd, en dat u verwijtbaar niet meewerkt. Zonder die onderbouwing houdt de maatregel vaak geen stand.
Uw werkgever start spoor 2 zonder dat spoor 1 aantoonbaar is onderzocht.
U wordt gedreigd met een loonstop als u vragen stelt over de onderbouwing.
De bedrijfsarts en de werkgever trekken verschillende conclusies over passend werk.
Spoor 2 lijkt te worden gebruikt als uitstroomroute, niet als re-integratie.
U nadert de 104 weken en maakt zich zorgen over de UWV-toetsing.
De werkgever combineert spoor 2 met een voorstel tot beëindiging van het dienstverband.
Er is geen harde wetstermijn. Maar het UWV verwacht rond het einde van het eerste ziektejaar wel een aantoonbare afweging. Te laat starten kan een loonsanctie opleveren voor de werkgever. Lees meer over wanneer spoor 2 starten.
Alleen met goede reden. Als spoor 2 rechtmatig is ingezet en het aangeboden traject redelijk is, bent u verplicht mee te werken. Weigering kan leiden tot een loonstop. Maar als spoor 1 onvoldoende is onderzocht, heeft u een sterk argument om vragen te stellen.
De werkgever. De kosten voor spoor-2-begeleiding komen volledig voor rekening van uw werkgever. U hoeft hier niets voor te betalen. Wel heeft u invloed op de kwaliteit: als de begeleiding ondermaats is, kunt u dat aankaarten.
Als spoor 2 geen resultaat oplevert, betekent dat niet automatisch dat u verwijtbaar bent. Het UWV kijkt naar de inspanningen, niet alleen naar het resultaat. Documenteer uw activiteiten en medewerking zorgvuldig. Een werkgever die een slecht re-integratiebureau inschakelt, kan daar zelf op worden afgerekend.
Spoor 1 en spoor 2 vallen binnen het Poortwachterproces. Na 104 weken ziekte beoordeelt het UWV het re-integratieverslag (RIV) en toetst of werkgever en werknemer voldoende inspanningen hebben geleverd. Het UWV kijkt naar het geheel: is er tijdig gestart met spoor 1? Is de overgang naar spoor 2 onderbouwd? Zijn beide sporen serieus uitgevoerd?
De werkgever moet aantonen dat spoor 2 noodzakelijk was. Dat betekent: een onderbouwing waarom terugkeer intern niet haalbaar is, liefst met een arbeidsdeskundig rapport. "We hebben intern niets" is onvoldoende als er geen aantoonbaar onderzoek heeft plaatsgevonden. Bij een loonsanctie vanwege gebrekkig spoor-1-onderzoek moet de werkgever tot 52 weken extra loon doorbetalen.
Als u niet meewerkt aan spoor 2, kan uw werkgever een loonstop toepassen (art. 7:629 lid 3 BW). Maar de eisen zijn streng: spoor 2 moet rechtmatig zijn ingezet, u moet concreet zijn gewaarschuwd, en uw weigering moet verwijtbaar zijn. Medische beperkingen die medewerking belemmeren zijn een geldige reden om activiteiten niet uit te voeren — als de bedrijfsarts dit bevestigt.
Niet elk spoor-2-traject voldoet. Als het re-integratiebureau nauwelijks begeleidt, functies voorstelt die niet aansluiten bij uw profiel en beperkingen, of het traject niet evalueert, kan de werkgever daar bij de UWV-toetsing op worden afgerekend. Leg gebreken tijdig vast en meld ze bij uw werkgever.
MediRights helpt werknemers die door ziekte zijn vastgelopen in een arbeidsconflict. We begeleiden dossiers met concrete juridische stappen.
Start juridische intake